Op 7 juli 2023 verscheen een artikel in De Telegraaf over een procedure die uit het leven gegrepen leek te zijn. Wat was er aan de hand? Een Canadese boer sprak met een graaninkoper een overeenkomst over de levering van een partij vlas. De graaninkoper stuurde vervolgens per sms de inhoud van de afspraken, waarop de boer met een zogeheten duimpje (een emoji in de vorm van een opgestoken duim) reageerde. Toen de graaninkoper aanspraak maakte op uitlevering van het vlas, ontkende de boer een contract met de graaninkoper te hebben gesloten. Dat was ook niet verwonderlijk: de prijzen voor graan en vlas waren flink gestegen. De Canadese rechter moest vervolgens oordelen over de status van de emoji van de opgestoken duim. De graaninkoper vond dat de emoji gelijkgesteld moet worden met een handtekening; de boer verweerde zich met de stelling dat de emoji puur bedoeld was om aan te geven dat hij de sms had ontvangen, maar nog niet de tijd had gehad om ernaar te kijken. De Canadese rechter oordeelde dat de emoji wel degelijk gelijkgesteld moest worden met een handtekening en dat (dus) een rechtsgeldig contract tussen de boer en de graaninkoper was gesloten. Door dat contract niet na te komen, pleegde de boer contractbreuk en dat is hem op een schadevergoeding van (omgerekend) € 56.000 komen te staan.

De waarde van de emoji

De vraag is hoe deze kwestie naar Nederlands recht zou zijn afgelopen. Een groot verschil met Canadees recht is dat Nederlands recht voor de totstandkoming van een overeenkomst geen handtekeningeis kent. (Overigens geldt die in Canada ook lang niet voor alle contracten.) Een handtekening is naar Nederlands recht een tot een natuurlijke persoon herleidbare ondertekening van een document, waarmee hij zijn wil uit aan de inhoud van het document gebonden te zijn. Een emoji kan daartoe dienen, als vastgesteld kan worden dat deze tot de plaatser van de emoji te herleiden is. In wezen bestaat er geen groot verschil met de vroeger nogal eens geplaatste handtekening in de vorm van een “X”, toen veel mensen nog analfabeet waren en (dus) niet konden schrijven. Het valt daarom niet uit te sluiten dat een emoji ook naar Nederlands recht als handtekening wordt gezien.

Vaak zal het zover niet hoeven te komen. Het aangaan van overeenkomsten is in Nederland in beginsel vormvrij. Dat wil zeggen dat ook een mondelinge overeenkomst geldig is en dat een contract niet alleen dan geldt als het in schriftelijke vorm is opgemaakt en voorzien is van handtekeningen. Volgens de wet komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en een aanvaarding van dat aanbod. Het aanbod en (met name) de aanvaarding kunnen in verklaringen, maar ook in gedragingen besloten liggen. Denk hierbij aan het bieden op een veiling door middel van handopsteken. De rechter zal dan moeten beoordelen hoe de emoji op de ontvanger ervan is overgekomen: mocht de ontvanger daarin acceptatie lezen of was de emoji alleen als leesbevestiging bedoeld? Het zal daarbij aankomen op de vraag of partijen vaker met elkaar zaken hebben gedaan en hoe ze toen communiceerden. Als partijen voor het eerst zaken deden, zal meer worden gekeken naar de betekenis die de emoji in het normale spraakgebruik had. In deze context kan de emoji van een opgestoken duim heel goed als aanvaarding worden beschouwd.

Emoji’s als valkuil

Een emoji kan dus ook een valkuil bevatten. Je kunt zomaar aan een contract vastzitten, terwijl dat niet je bedoeling was. Dan hebben we het nog niet eens gehad over verschillende betekenissen die aan emoji’s kunnen worden toegerekend. Als je dan vervolgens ontkent een contract te hebben gesloten, kun je een schadevergoeding moeten betalen. Oppassen luidt dus het devies. De teams van fL advocaten en facily LAW helpen u graag, zodat emoji’s vooral leuk blijven.