Wet VBAR: einde van een tijdperk, begin van iets nieuws

Wat is de Wet VBAR?

De Wet VBAR staat voor Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden. Het doel van deze wet was simpel: duidelijk maken wanneer iemand een echte zelfstandige (zzp’er) is en wanneer iemand eigenlijk gewoon werknemer is. Dat onderscheid is in de praktijk vaak lastig te maken.

De reden dat dit zo belangrijk is? In Nederland werken bijna 1,2 miljoen mensen als zzp’er. Een deel van hen werkt als zogenaamde schijnzelfstandige: op papier zzp’er, maar in de praktijk gewoon werknemer. Dat is niet toegestaan, want het betekent dat werkgevers kosten besparen die ze eigenlijk wel moeten maken, zoals pensioenpremie en sociale verzekeringen.

Wat is er nu veranderd?

Op 6 maart 2026 maakte minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie een opvallende aankondiging: het kabinet schrapt het belangrijkste deel van de Wet VBAR. Het gaat om het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel, dat moest vastleggen wanneer iemand als zelfstandige of als werknemer moet worden beschouwd.

Volgens minister Aartsen zorgde juist dat deel voor veel onrust bij zowel zelfstandigen als opdrachtgevers. En dat is opmerkelijk, want het was precies het deel dat meer duidelijkheid moest brengen.

Wat blijft er wél overeind?

Niet alles verdwijnt. Het kabinet houdt vast aan het zogenaamde rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit werkt als volgt:

Zzp’ers die tot € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026) verdienen, kunnen een beroep doen op dit rechtsvermoeden. De opdrachtgever moet dan aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid.

Het kabinet wil dit deel voor de zomer door beide Kamers loodsen, zodat het begin 2027 in werking kan treden.

Belangrijk: de handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid gaat gewoon door. Sinds 1 januari 2025 wordt er weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Als met een zzp’er wordt gewerkt en toch blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen.

Wat komt er in de plaats?

In de plaats van het geschrapte deel van de VBAR komt de Zelfstandigenwet — een initiatiefwetsvoorstel dat Aartsen als Kamerlid zelf ontwikkelde, samen met D66, CDA en SGP.

De Zelfstandigenwet werkt met drie toetsen om te bepalen of iemand als zzp’er werkt: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectoraal rechtsvermoeden. Het wetsvoorstel ligt nu nog bij de Raad van State voor advies, waarna het nog langs beide Kamers moet.

De situatie is op dit moment als volgt samen te vatten:

  • De Wet VBAR (in zijn oorspronkelijke vorm) komt er niet.
  • De Wet DBA geldt en wordt actief gehandhaafd — inclusief boetes en naheffingen.
  • Het rechtsvermoeden (€ 38-grens) wordt apart ingevoerd, verwacht: begin 2027.
  • De Zelfstandigenwet is onderweg, maar heeft nog een lang traject te gaan.

Vanuit het oogpunt van opdrachtgevers en opdrachtnemers gezien, is dit opnieuw een gemiste kans om eindelijk duidelijkheid te bieden. Nederland discussieert al meer dan tien jaar over de grens tussen werknemer en zzp’er, en nu wordt het voornaamste verduidelijkingsinstrument van tafel gehaald, terwijl de handhaving wél gewoon doorgaat. Dat is juridisch gezien een ongemakkelijke combinatie: streng handhaven op regels die nog steeds niet helder zijn.

Heb je vragen over de gevolgen van deze ontwikkelingen voor jouw organisatie of jouw medewerkers? Neem gerust contact op.

Let op! U verlaat de site van Yvon. X Doorgaan