Geen loondoorbetaling bij ziekte na intrekking toestemming door de korpschef

Wat gebeurt er als de korpschef de toestemming van een medewerker intrekt, terwijl die medewerker ook ziek is? Moet je als werkgever dan toch het loon doorbetalen? De rechtbank Noord-Holland heeft hier op 4 februari 2026 een duidelijke uitspraak over gedaan: nee, dat hoeft niet.

Wat was er aan de hand?

Een medewerker werkte als algemeen beveiligingsmedewerker bij een beveiligingsbedrijf. Op 18 juli 2025 liet de korpschef van de politie-eenheid Den Haag weten dat hij van plan was om de toestemming van deze medewerker in te trekken. De reden daarvoor waren binnengekomen ambtsberichten.

Op 12 augustus 2025 meldde de medewerker zich ziek. Op 9 september 2025 trok de korpschef de toestemming definitief in. Het beveiligingsbedrijf stopte daarop de loonbetaling per diezelfde datum. De medewerker stapte naar de rechter en eiste doorbetaling van loon tijdens zijn ziekte.

Twee wettelijke regels botsen

De rechter stond voor een interessant juridisch vraagstuk. Twee regels uit de wet leken hier tegenover elkaar te staan:

  • Artikel 7:629 lid 1 BW: een zieke werknemer heeft recht op loondoorbetaling.
  • Artikel 7:628 lid 1 BW: als een werknemer niet werkt door een oorzaak die voor zijn eigen rekening komt, heeft hij geen recht op loon.

De rechter moest bepalen welke regel hier de doorslag geeft. De sleutel daarvoor is de vraag: wat is de primaire oorzaak van de verhindering om te werken? 

Het oordeel: intrekking toestemming is de primaire oorzaak

De rechter oordeelde dat de intrekking van de toestemming door de korpschef de belangrijkste reden was waarom de medewerker niet meer kon werken. Dat oordeel is gebaseerd op de volgende punten:

  1. Het voornemen tot intrekking was al bekend vóór de ziekmelding. De korpschef had op 18 juli 2025 al aangekondigd de toestemming te willen intrekken. De medewerker meldde zich pas op 12 augustus 2025 ziek.
  2. Geen verband met de ziekte aangetoond. De medewerker stelde dat zijn ziekte een rol speelde bij de intrekking, maar kon dit niet onderbouwen. De brief van de korpschef noemde alleen “binnengekomen ambtsberichten” als reden.
  3. Totale blokkade van werk. Onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) mag een beveiligingsbedrijf een medewerker zonder toestemming van de korpschef helemaal niet meer inzetten — ook niet in een andere functie. Zelfs re-integratie bij een andere werkgever (het tweede spoor) was volgens de rechter niet meer mogelijk.
  4. Ook zonder ziekte geen werk mogelijk. Omdat de medewerker ook na herstel niet meer aan het werk kon, lag de primaire verhindering bij de intrekking en niet bij de ziekte.

Bezwaar maakt het niet anders

De medewerker had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van de toestemming. De rechter erkende dat de intrekking daardoor formeel nog niet definitief was. Maar dat maakt voor de loonbetaling geen verschil: een bezwaar schorst de werking van het besluit niet. Zolang de intrekking van kracht is, mag de werkgever de medewerker niet inzetten en hoeft hij geen loon te betalen.

Wat betekent dit voor jou als werkgever?

Deze uitspraak is een belangrijk signaal voor werkgevers in de beveiligingsbranche. Kort samengevat geldt het volgende:

  • Is de toestemming van een medewerker ingetrokken door de korpschef? Dan mag je die medewerker niet meer inzetten en hoef je in beginsel geen loon te betalen, ook niet tijdens ziekte.
  • De intrekking valt onder het risico van de medewerker, niet van de werkgever.
  • Leg alles goed vast: de brieven van de korpschef, de datum van de intrekking en jouw besluit tot stopzetting van het loon.
  • Wacht met het stopzetten van het loon totdat het definitieve besluit van de korpschef er is.

Mocht je te maken krijgen met een vergelijkbare situatie? Neem dan contact op met onze arbeidsrechtspecialisten.

Let op! U verlaat de site van Yvon. X Doorgaan